Inloggen

Het Landelijk Opleidingscentrum Kindermishandeling

Het opleidingsaanbod van het LOCK richt zich op de intersectorale aanpak van kindermishandeling en scholing in diagnostiek en behandeling. We bieden opleidingen, methodiektrainingen, studiedagen, symposia en lezingen voor professionals die werken met kinderen en gezinnen.
LEES MEER OVER VISIE VAN HET LOCK

Workshop programma

Congres: ‘Feitenonderzoek bij kindermishandeling,
zorgvuldig beslissen vanuit multidisciplinair perspectief’.

Hieronder vindt u een overzicht van de workshops die u kunt volgen tijdens het tweede LOCK congres op 30 september 2015 in Utrecht.

1. Gebruik Triage-instrument Veilig Thuis
Het Triage-instrument Veilig Thuis wordt sinds januari 2015 geleidelijk landelijk ingevoerd bij de regionale Veilig Thuis organisaties. De triage Veilig Thuis is bruikbaar om iedere melding van (een vermoeden van) geweld in huiselijke kring te beoordelen op direct gevaar, op ernst van onveiligheid en op complexiteit van de problematiek, en vervolgens toe te leiden naar de specifieke expertise die nodig is om de veiligheid op maat te managen en om op termijn risicogestuurde zorg te bieden. Het Triage- instrument Veilig Thuis is ontwikkeld in opdracht van de VNG en de GGD GHOR en vrij ter beschikking gesteld. In deze workshop gaan deelnemers aan de hand van een casus zelf aan de slag met het triage-instrument.

Linda Vogtländer is kinder- en jeugdpsychiater bij de Waag Utrecht, centrum voor ambulante forensische psychiatrie jeugd en volwassenen. Zij werkt met jongeren met anti-sociale en seksuele gedragsproblemen en met gezinnen waar sprake is van geweld en ernstige onveiligheid. Zij is ontwikkelaar en onderzoeker van de GIPS, een methodiek voor ‘Gestructureerde & Gezinsgerichte Intersectorale Professionele Samenwerking‘ voor het hele gezin bij kindermishandeling. Zij is eerste auteur  van ‘Triage Veilig Thuis’ bij huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel misbruik.

2. WIJZER informatie delen
Het delen van informatie is van essentieel belang om (vermoedens van) kindermishandeling tijdig te signaleren en een passende aanpak te realiseren. In de praktijk leidt juist de vraag welke informatie je moet en kan delen tot uiteenlopende dilemma’s bij professionals. Dilemma’s op juridisch, maar ook op moreel vlak.  De Academische Werkplaats  Kindermishandeling en de Academische werkplaats Forensische zorg hebben beiden veel met dit thema te maken. In deze workshop gaan we in op morele overwegingen met inachtneming van de juridische aspecten en komen praktijkvoorbeelden aan bod. Daarnaast vindt er met de deelnemers reflectie plaats op overwegingen en keuzes bij het delen van informatie in multidisciplinair en intersectoraal overleg.

Janet van Bavel is projectleider Academische werkplaats Kindermishandeling en manager bij Kenter (voorheen Jeugdriagg) en het Kinder- en Jeugdtraumacentrum. lees meer..
Eva Mulder is projectleider Academische Werkplaats Forensische Zorg Jeugd.

3. Landelijk netwerk van Centra Seksueel Geweld
In Nederland heeft 12% van de vrouwen en 3% van de mannen ooit een verkrachting meegemaakt (Bron Rutgers WPF). Elk jaar komen er 100.000 nieuwe slachtoffers van seksueel geweld bij. Geconstateerd is dat medische, psychologische en forensische disciplines onvoldoende samenwerken in het belang van acute slachtoffers van een verkrachting. Daarom is in 2012 het Centrum Seksueel Geweld opgezet in het UMC Utrecht. Eind 2015 heeft Nederland een landelijk netwerk van bijna 15 van dergelijke multidisciplinaire centra (zie www.centrumseksueelgeweld.nl). Hier worden slachtoffers van 0-100 jaar opgevangen door een (forensisch) verpleegkundige op de Spoedeisende Hulp, waarna forensische en medische disciplines zo geïntegreerd mogelijk hun werk doen. Het streven is slachtoffers zo snel en zo goed mogelijk te helpen, maar ook zo min mogelijk te belasten. De multidisciplinaire zorg is gericht op het voorkomen van medische en psychische problemen, ‘watchful waiting’ en indien nodig traumabehandeling. Sinds januari 2012 heeft het Centrum Seksueel Geweld Utrecht contact gehad met ruim 1000 slachtoffers van seksueel geweld. In de workshop wordt een profiel gepresenteerd van 250 slachtoffers die minder dan 7 dagen geleden een verkrachting hadden meegemaakt en zich meldden in het CSG Utrecht. In het bijzonder wordt in de presentatie ingegaan op het voorkomen en behandelen van een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) en revictimisatie. Tot slot wordt in de workshop aandacht besteed aan evidence based traumabehandeling voor (jonge) verkrachtingsslachtoffers.

Iva Bicanic is GZ psycholoog i.o. tot klinisch psycholoog en coördinator van het Landelijk Psychotraumacentrum UMC Utrecht. Vanaf 1997 werkt zij met kinderen, jongeren en jong-volwassenen die seksueel trauma hebben meegemaakt. Tevens is zij coördinator van het multidisciplinaire Centrum Seksueel Geweld dat in 2012 in het UMC Utrecht is geopend voor acute slachtoffers van een verkrachting, en verantwoordelijk voor de landelijke uitrol van deze centra. In 2014 is zij gepromoveerd op het onderwerp ‘psychological and biological correlates of adolescence rape‘.

4. De werking en uitwerking van het huisverbod
Het huisverbod heeft een revolutie ontketend in de aanpak van huiselijk geweld. Sinds de invoering worden in Nederland per week gemiddeld 56 huisverboden opgelegd. Dit gebeurt op basis van een RiHG en een oordeel van de hulp-officier van justitie. Door het huisverbod werken diverse professionals nauw met elkaar samen en binnen 24 uur hulp bieden. Met de escalerende maatregel trachten professionals mogelijk toekomstig geweld te voorkomen, met aandacht hierbij voor alle gezinsleden. Het huisverbod kan daarmee een krachtig en motiverend middel zijn om geweld duurzaam te stoppen. In de workshop is er aandacht voor de  werking en uitwerking van het huisverbod. Ook leren we van en met elkaar aan de hand van een casus waarbij kinderen betrokken zijn.

Eltjo Lenting is landelijk beleidscoördinator Huiselijk Geweld en de Politietaak.
Sietske Dijkstra
werkt als onderzoeker, docent en expert huiselijk geweld bij Bureau Dijkstra.

5. Van container begrippen naar concreet gedrag, ontwikkelingen in feitenonderzoek bij de RAAD voor de kinderbescherming 
De afgelopen tijd heeft de Raad voor de Kinderbescherming de Doorontwikkelde Raadsmethode (DRM) geïmplementeerd. Hiermee vindt er beter feitenonderzoek plaats. De methode richt zich op het concreter maken van zorgen, krachten en wensen die spelen bij ouders, kinderen en (informele) informanten, op het betrekken van netwerkinformatie en op het formuleren van concretere veiligheidsdoelen bij kinderen van wie de veiligheid en ontwikkeling worden bedreigd. Deelnemers aan de workshop krijgen een kijkje in de keuken van het raadswerk en kunnen met de informatie hun voordeel doen in de eigen werksetting.

Arianne Geuze is als GZ-psycholoog/kinder- en jeugdpsycholoog NIP werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming Overijssel. Daarnaast heeft ze een eigen praktijk waarin de ontwikkeling van methoden/hulpmiddelen voor het praten met kinderen over moeilijke onderwerpen centraal staat. Zie www.kiddocom.org voor meer info.

6. Een zedenonderzoek van een kind door een forensisch arts, hoe en waarom?
Gedurende enkele dagen na seksueel misbruik van een kind, is het mogelijk dat sporen zoals DNA of vezels bij het kind gevonden kunnen worden. Ook is in deze periode het aantreffen van letsels groter dan daarna. Het aantreffen van sporen en letsels kan belangrijk zijn voor een strafrechtelijke vervolging van verdachten. Het beoordelen van letsels en het verzamelen van sporen is een taak van een forensisch arts. Maar hoe gaat dat in zijn werk? In deze workshop, die in het bijzonder voor niet-medici geschikt gemaakt is, wordt dat duidelijk gemaakt.

Wouter Karst werkt als forensisch arts met aandachtsgebied kinderen bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Hij adviseert Politie, het Openbaar Ministerie, rechters en advocatuur in strafzaken bij een vermoeden van kindermishandeling. Hiervoor onderzoekt hij kinderen, medisch dossiers en/of politiedossiers en rapporteert hierover. Zijn bijzondere aandachtsgebied is het lichamelijk onderzoek bij een vermoeden van seksueel misbruik van kinderen. De (bewijs)waarde van bevindingen hierbij is onderwerp van zijn lopende promotieonderzoek.

7. Waarheidsvinding en feitenonderzoek in het project ‘Kinderen uit de knel’
Het project ‘kinderen uit de knel’ is een interventie voor ouders en kinderen die verwikkeld zijn in complexe echtscheidingssituaties. In deze workshop zal aan de hand van verschillende praktijk voorbeelden toegelicht worden hoe in het project wordt omgegaan met de thema’s veiligheid, feitenonderzoek en waarheidsvinding. Deelnemers aan de workshop worden aan de hand van casuïstiek actief betrokken bij het meedenken over deze belangrijke thema’s. Duidelijk zal worden dat de veel gebruikte uitspraak: ‘er bestaat geen waarheid’ of ‘ ieder heeft zijn eigen waarheid’ niet volstaat wanneer veiligheid in het geding is.

Justine van Lawick is klinisch psycholoog en mede-oprichtster van het Lorentzhuis te Haarlem, een centrum voor systeemtherapie, opleiding en consultatie. Justine specialiseerde zich in het werken met geweldsproblematiek  in relaties en families met hierbij compassie voor alle betrokkenen. Samen met Margreet Visser ontwikkelde zij de methodiek ‘Kinderen uit de Knel’ (Justine van Lawick & Margreet Visser (2014): Kinderen uit de knel, Amsterdam: SWP) lees meer..

8. Methodisch kind interview, de feiten op tafel
Er bestaan geregeld zorgen over kinderen en jongeren die mogelijk traumatische ervaringen hebben meegemaakt, terwijl zij daar niet uit zichzelf en spontaan over praten. Als er te weinig aanwijzingen zijn voor de politie om aan de slag te gaan, kloppen ouders en hulpverleners aan bij hulpverleningsinstanties. Die staan dan voor de taak zo goed en objectief mogelijk met het kind in gesprek te gaan zonder een eventueel juridisch vervolgtraject in de wielen te lopen. Maar hoe doe je dat? Het methodisch interviewen van kinderen is geen eenvoudige zaak. In het interview is het van belang tegelijkertijd objectief informatie te verzamelen, de stress van het kind (en van de hulpverlener zelf) te hanteren en eventuele hertraumatisering te voorkomen. Daarnaast is de afstemming met ouders en derden (bijvoorbeeld politie en het OM) cruciaal. The American Professional Society on the Abuse of Children (APSAC) ontwikkelde een gestructureerd interviewmodel waarin het ‘narratief’ (het verhaal van het kind), centraal staat. In deze workshop wordt het APSAC model, bestaand uit een aantal fasen, kort toegelicht en kunnen deelnemers kennismaken en oefenen met een aantal gesprekstechnieken.

Aafke Scharloo is zelfstandig gevestigd klinisch psycholoog met specialistische expertise in diagnostiek en behandeling na seksueel misbruik, mishandeling en trauma. Ze is gespecialiseerd in de hulpverlening van mensen met een verstandelijke beperking. Ze is co-auteur van het boek SOS; Snelle Opvang na Seksueel Misbruik van mensen met een verstandelijke beperking. Daarnaast is ze lid van de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik. Aafke is opgeleid tot APSAC Forensisch Interviewer en supervisor. Ze heeft jarenlange ervaring, zowel in het voeren van deze gesprekken, binnen het hulpverlenings- en het justitieel kader als in het trainen en superviseren van professionals. lees meer..

Irene Martens werkt als GZ psycholoog bij Kenter Kinder- en Jeugdtraumacentrum (KJTC) Haarlem. Ze behandelt kinderen en jongeren (0-23 jaar) die (vermoedelijk) traumatische ervaringen hebben opgedaan, en begeleidt hun ouders. Hierbij maakt ze onder andere gebruik van TF-CBT, EMDR en de Horizonmethodiek voor groepstherapieën. Irene is opgeleid als APSAC Forensisch Interviewer en binnen het KJTC coördineert zij de implementatie van/het werken met de methodisch kind interviews. lees meer..

9. Gesprekken met kinderen in complexe echtscheidingssituaties
Professionals krijgen steeds vaker te maken met zeer complexe scheidingssituaties. Voor kinderen is het schadelijk om in zo’n situatie op te groeien. Daarom is het belangrijk om zicht te krijgen op de ontwikkeling, (emotionele) veiligheid en beleving van het kind. Deze informatie is nodig om in te kunnen schatten of er vervolghulp nodig is of dat de veiligheid van het kind dermate gevaar loopt dat een melding bij Veilig Thuis nodig is. Maar hoe krijg je nu goed zicht op de situatie van het kind als de ouders totaal verschillende ideeën hierover hebben? Wat kun je wel en juist niet vragen? Welke tools kun je hierbij gebruiken? En hoe doe je recht aan de loyaliteit van het kind terwijl je altijd de veiligheid blijft beoordelen? Tijdens de workshop geven we achtergrondinformatie over scheidingsproblematiek. Daarnaast wordt uitgebreid aandacht besteed aan praktische vaardigheden en technieken die gebruikt worden in gesprekken met kinderen. De meerzijdig partijdige houding staat hierbij centraal.

Tessa Reedijk is GZ-psycholoog en werkt bij Kenter Kinder- en Jeugdtraumacentrum. Ze geeft therapie aan getraumatiseerde kinderen en jongeren, individueel of in groepsverband. Hierbij gebruik makend van de Horizonmethode (traumagerichte cognitieve gedragstherapie), EMDR, psychomotorische technieken. Daarbij geeft ze ouderbegeleiding aan ouders van getraumatiseerde kinderen, individueel en in groepsverband. Tessa ontwikkelde met haar collega’s verschillende behandelmethoden waaronder: Traumagerichte therapie voor kinderen met een licht verstandelijke beperking, die seksueel misbruik hebben meegemaakt en therapie voor kinderen met traumatische rouw. Ook was ze intensief betrokken bij de ontwikkeling van de methodiek ‘kinderen uit de knel’ lees meer..

10. Het horen van kinderen
In deze workshop wordt ingegaan op de wijze waarop kinderen door  politie in de kindvriendelijke verhoorstudio’s worden gehoord. Deze verhoren maken deel uit van een strafrechtelijk onderzoek. Het is daarom van belang dat de informatie die uit een verhoor met een kind komt zo accuraat mogelijk is en dat er geen sprake is van beïnvloeding/sturing van het kind door de verhoorder. Daarnaast moet het verhoor op een zodanige manier plaatsvinden, dat een zo goed mogelijke afstemming op het kind plaatsvindt. Ten slotte moeten inhoudelijk de juiste vragen worden gesteld. Tijdens de workshop belichten we verschillende aspecten van een verhoor. Waar mogelijk leggen we een link naar gesprekken van professionals binnen de hulpverlening met kinderen.

Jannie van der Sleen is recherchepsycholoog en rechtspsycholoog. Zij werkt vanuit haar eigen bedrijf, Kinterview, waar zij in 2002 mee begon. Daarvoor werkte zij gedurende vijftien jaar op de Politieacademie. In die tijd was ze onder andere docent in de opleiding ‘horen van jonge en verstandelijke beperkte getuigen’. Vanuit Kinterview traint zij rechercheurs op het gebied van het verhoor van kwetsbare getuigen en verdachten. Ook verzorgt zij supervisie voor verhoorders van verschillende kindvriendelijke verhoorstudio’s. Daarnaast werkt zij als deskundige voor de rechtbank. Zij rapporteert in strafzaken over de waarde van verklaringen van kwetsbare getuigen en verdachten, waaronder de waarde van verklaringen van kinderen in seksueel misbruikzaken en fysieke mishandelingszaken.

11. Veilig Sterk Verder een snelkookpan voor gezinnen (nb u kunt zich voor deze workshop niet meer aanmelden)
Door middel van het programma Veilig Sterk Verder (VSV) vindt vanuit een multidisciplinair perspectief samenwerking plaats met gezinnen waar vermoedens zijn van kindermishandeling en/of partnergeweld. Jeugd- en gezinsbeschermers, behandelaren van De Waag en het KJTC werken samen met het gezin om de veiligheid thuis aantoonbaar te herstellen en de kinderen zich weer veilig te laten voelen in de relatie met hun ouders. Traumabehandeling, daderbehandeling en interventies gericht op veiligheid vormen de bouwstenen van het programma en worden geïntegreerd aangeboden.

Danielle Steggink heeft ruim 20 jaar ervaring als Psychomotorisch therapeut. Sinds vijf jaar is ze werkzaam bij het Kinder- en Jeugdtraumacentrum in Haarlem en maakt ze deel uit van het VSV team en het Multidisciplinair Centrum Kindermishandeling (MDCK). Zij maakt ook deel uit van het team ‘Kinderen uit de knel’, een therapie voor ouders met conflicterend ouderschap.  Verder richt ze zich binnen het KJTC op individuele behandelingen, ouder-kind behandelingen en therapiegroepen. Haar specialisatie is met name het jonge kind (tot 12 jaar). Danielle is auteur van de kinderboeken; ‘Kamil de groene kameleon’ en ‘Daar zwemt Sonnie’ lees meer..

12. Met ontkennende ouders werken aan toekomstige veiligheid, zonder waarheidsvinding en met minder weerstand
In deze workshop komt het werken met weerstand in gesprek met ouders bij vermoedens van kindermishandeling aan bod. Wat is er nodig om een gesprek rustig te laten verlopen en wat kun je doen als er verschillende visies zijn op de ontstane zorgen of als deze zorgen zelfs geheel ontkend worden? Ga je als behandelaar van deze ouders op zoek naar de ‘waarheid’ of doet dat er niet toe? Hoe krijg je dan toch iedereen gefocust op de ontstane zorgen zonder dat het in de spreekkamer escaleert? Waar begin je als ouders en/of hulpverleners het niet met elkaar eens zijn over de ontstane zorgen of over hoe zij de toekomst graag zien? Kun je veiligheidsafspraken maken als ouders onderling of met hulpverleners het niet met elkaar eens zijn over de ontstane zorgen over de kinderen? In deze workshop komen verschillende gesprekstechnieken en interventies aan bod wat het werken aan toekomstige veiligheid toch mogelijk maakt ondanks verschillende visies op de ‘waarheid’ rondom de ontstane zorgen over de veiligheid van de kinderen in het gezin.

Judith Yntema is Orthopedagoog, GZ-psycholoog, cognitief gedragstherapeut VGCt, docent en werkzaam als behandelaar bij de Forensische Zorgspecialisten afdeling polikliniek de Waag Amsterdam. Daarnaast is zij werkzaam als Pro Justitia rapporteur (NRGD) bij het Diagnostisch Expertise Centrum (DEC). lees meer..

Congres informatie

Bekijk hier het plenaire programma

De kosten voor deelname aan het congres bedragen € 235.-
Meldt u zich uiterlijk 20 augustus aan dan betaalt u € 195.-

Voor dit congres wordt accreditatie aangevraagd bij NVO/NIP, FGzP, ABAN en SKJ